September 2012, Feest van de Agrologistiek in Venlo
Ondernemers samen duurzamer
“Ik kom voor het feest en laat me graag verrassen.” Dit zegt één van de ruim driehonderd bezoekers van het Feest van de Agrologistiek op de Floriade in Venlo. Voor hem een open dag, voor de meeste anderen is het doel wat strakker geformuleerd: ideeën opdoen en vooral contacten leggen. Want als er één woord het meest rondzingt tijdens dit oogstfeest van tien jaar Agrologistiek, dan is het ‘samenwerken’. De sleutel tot succes voor een sector met potentie.
Een potentie dichtbij huis, maar ook wereldwijd, waar een snel groeiende stedelijke bevolking van de internationale agrologistieke sector een telkens groter en complexer kunststukje eist. Voor Nederlandse bedrijven liggen er kansen om daar samen met producenten en handelaren in opkomende economieën op in te spelen. Dit betoogt Peter Colon van Buck Consultants International op een workshop van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voorafgaand aan het eigenlijke feest op 13 september. De combinatie van kennis en kapitaal uit het westen, productie in ontwikkelingslanden en een wereldwijd snel groeiende afzetmarkt, is zeer veelbelovend, illustreert Colon aan de hand van ervaringen met kippenvlees uit Azië, bloemen uit Afrika en fruit uit Zuid-Amerika.
Duurzamer maar niet duurder Henk Krougman van food-multinational Cargill is daar als geen ander van op de hoogte. Ook weet hij dat alleen met goed geregisseerde multimodale vervoersstromen zulke mondiale operaties met succes en verantwoord uit te voeren zijn. “Contact zoeken met bedrijven die ons daarbij kunnen helpen”, is dan ook zijn belangrijkste reden om het Feest van de Agrologistiek te bezoeken. Zijn verlanglijstje: duurzamer maar niet duurder. Een opdracht waar Caroz, één van de standhouders op de informatiemarkt tijdens het feest, de stoelen voor klaar heeft staan. Wouter Clermonts van Caroz: “De agrologistiek kan zomaar twintig tot dertig procent efficiënter en duurzamer. Maar dat vraagt samenwerking en vertrouwen. Als concurrenten onder elkaar is dat lastig organiseren.” Reden voor het bedrijf om zich tijdens de bijeenkomst in Venlo te presenteren als neutrale, adviserende organisator van logistieke samenwerking.
Ook demissionair staatssecretaris Henk Bleker en voorzitter van het platform Agrologistiek Frans Tielrooij benadrukken in het plenaire deel van de bijeenkomst de noodzaak daarvan. “Schakels met elkaar verbinden, partners bij elkaar brengen”, zegt Tielrooij, “dat was de belangrijkste verdienste van tien jaar Agrologistiek.” Een inspanning die wat Bleker betreft een prima fundament voor de toekomst heeft gelegd, klaar voor het bedrijfsleven om op voort te bouwen. Want, voegt Tielrooij daaraan toe “de projecten uit het programma hebben aangetoond dat het kan, maar er kan nog véél meer.”
Leren lopen Binnenvaartschipper Jacob Verdonk gelooft dat graag, maar denkt wel dat de sector daarvoor ‘opnieuw moet leren lopen’. Zijn schip heeft, als resultaat van forse investeringen en een bewuste keuze voor duurzaam, een laadcapaciteit vergelijkbaar met 156 vrachtwagens bij een uitstoot die nog niet de helft bedraagt van een bescheiden bestelbusje. Verdonk: “Daar ligt de toekomst, dat weet ik zeker. De overheid zegt het, de klant weet het, nu de logistiek planner nog. Die moet zichzelf een nieuw vak leren: duurzaam, in plaats van zo snel mogelijk van A naar B.”
Zijn pleidooi is muziek in de oren van Norbert Jongerius, student, vastbesloten te gaan behoren tot een nieuwe generatie logistici en met enkele medestudenten van Inholland aanwezig op het feest. “Wij zijn opgeleid om anders naar logistiek te kijken”, zegt hij. “Niet uitsluitend naar wat het kost, maar ook naar wat je met zo’n goederenstroom veroorzaakt en of dat niet anders kan.” Zijn onderzoek naar ‘local for local’ bracht in dat opzicht een wat lastige uitkomst. “Voedsel met een verhaal, eten uit de streek, is sterk in opkomst. Ook vanuit de gedachte dat het duurzamer is.” Streekproducten leggen inderdaad gemiddeld veel minder kilometers af, twintig in plaats van tweehonderd, blijkt uit zijn studie. “Maar de beladingsgraad is véél lager. Met als gevolg dat de CO2-uitstoot uiteindelijk hoger uitkomt.”
Meeliften op bestaande systemen Matthieu de Sevaux van producentencoöperatie Kempen Goed draagt in de workshop ‘Streekproducten met gemak winstgevend?’ een oplossing aan voor dit dilemma van korte afstanden maar dunne goederenstromen. De Sevaux: “Lift mee op bestaande systemen.” In het geval van Kempen Goed, een samenwerking van elf voedselproducenten, in de vorm van Horesca, een horecaleverancier die de streekproducten meeneemt in de reguliere beleveringen. Een waardevolle assortimentsuitbreiding voor de één, een in alle opzichten verantwoorde distributie voor de ander.
Dat er niet één trend is, zoals gedeputeerde van de provincie Limburg Patrick van der Broeck eerder op de dag al opmerkte, blijkt wel uit de workshop even verderop tijdens hetzelfde feest. Geen eieren van de kippenboer om de hoek, maar het vergezicht van een Europees netwerk van consolidatiecentra op telkens ongeveer een dagafstand van elkaar. Daartussen multimodale verbindingen met dikke goederenstromen die dagelijks producenten en consumenten uit heel Europa met elkaar verbinden. Volgens Frans-Peter Scheer van Wageningen Universiteit en Researchcentre een realistisch groeimodel voor de sector in de komende decennia. In de stad waar zelfs de rood-witte fietsbordjes al laconiek de weg naar Duitsland wijzen, komt de verbinding met de oosterburen al vast aan bod in vier presentaties van Nederlandse ondernemers uit de sector die deze stap hebben gezet. Naast opletten voor cultuurverschillen (‘Een Duitser is écht heel anders’), is ook hier samenwerking het sleutelwoord. “Niet naar binnen banjeren, maar partners zoeken en kijken wat je samen kunt bereiken”, benadrukt één van de ondernemers.
De drie vrouwen van transportbedrijf Graaco uit Coevorden brengen op hun manier deze veelgehoorde aanbeveling een stapje verder. “We supporten onze mannen die hier op de informatiemarkt staan”, lichten ze hun bezoek aan het feest in Venlo toe, “en ondertussen doen wij een rondje Floriade.” Belangen in balans. Wellicht de belangrijkste succesfactor voor een vruchtbare samenwerking, opborrelend uit dagelijkse kennis. Ook platformvoorzitter Frans Tielrooij zinspeelde in zijn slotwoord op die bron van inzicht. Geduld en goede zorg. Zo groeit er iets moois uit de zaadjes die als boekenlegger waren ingesloten in het boek ‘Oogst Agrologistiek – tien jaar clusteren, verbinden en regisseren’. En zo wordt de sector uiteindelijk samen duurzamer.
|
|
 |
Peter Colon: ‘Kansen in opkomende economieën.’
Henk Krougman: ‘Contacten leggen voor duurzamere logistiek.’
Wouter Clermonts: ‘Agrologistiek kan twintig tot dertig procent duurzamer.’
Henk Bleker: ‘Prima fundament voor de toekomst.’
Frans Tielrooij: ‘Er kan nog véél meer.’
Norbert Jongerius: ‘Anders kijken naar logistiek.’
Supporten en Floriade – belangen in balans.
|
 |
|